"De beste speeches gaan nergens over"

Een jaarlijks terugkerende traditie op het Max Havelaar Toesprakentoernooi is de entr’acte. Dit jaar nam niemand minder dan schrijver en presentator Abdelkader Benali het woord. Geheel toepasselijk gaf hij een les in speechen waarin hij op eigen wijze ‘alles wat je altijd al wilde weten over een goede speech, maar nooit durfde te vragen’ uit de doeken doet. 

Écht waar: Benali (1975) kende vroeger een enorme podiumangst. Wie hem achter het spreekgestoelte in het Kamerlingh Onnes Gebouw hoort vertellen, zal het misschien niet zo snel geloven, maar deze vlotte spreker heeft toch echt een strijd moeten leveren om hier vandaag quasi nonchalant de sprekers van de toekomst van tips te voorzien."Er zijn genoeg momenten geweest dat mijn zelfvertrouwen me in de steek liet. Ik nam me voor dat ik mijn klassieke manier van spreken waarbij mensen indutten radicaal moest veranderen. Ik vroeg me af wat ik nu écht goed aan een lezing vond. Ik kwam uit dat een goede spreker een goede verteller is die ook op het podium dicht bij zichzelf blijft. Iemand die met humor en relativering zijn publiek meeneemt."

Empathie
Leren spreken zoals hij schrijft, zo omschrijft hij zijn vernieuwde manier van spreken in het openbaar. "Het gaat om storytelling. Een verhaal moet je geloven. Ook bij fictie, want de waarden die eronder liggen zijn serieuze zaken. Een cynicus heeft maar een beperkte houdbaarheidsdatum. Mensen zijn tegenwoordig zo gewend aan retoriek dat authenticiteit en empathie steeds belangrijker zijn geworden.” Met verbazing horen de leerlingen aan dat de beste speeches nergens over gaan. Benali maakt geen grapje. "Een spreker die niet alles vertelt, maakt hongerig. Sprekers zouden honderdduizend keer meer kunnen vertellen dan ze doen, maar het gaat om het gevoel dat ze overbrengen. De grootste beginnersfout is om alles in je speech te willen vertellen. Vroeger wilden mensen geïnformeerd worden, tegenwoordig geïnspireerd of gerustgesteld.”

Onvoorspelbaarheid
Wanneer Benali schrijft gaat hij ‘heel retorisch’ te werk. "De hyperbool, ironie, stilte: ik gebruik het allemaal. Zinnen moeten muzikaal kloppen. Elke zin moet voldoende spankracht hebben. De grammatica hoeft niet eens te kloppen, staat vaak zelfs in de weg. Emotie heeft geen grammatica nodig. In de literatuur begin je daar waar we het niet meer weten, waar de wetenschap en media stoppen. In de literatuur vraag je je af hoe mensen reageren in complexe situaties. Literatuur gaat om onvoorspelbaarheid. Precies dat wat ook in een speech terugkomt. Als spreker moet je die onvoorspelbaarheid omarmen.” 

In hoeverre voelt de Nederlandse schrijver met Marokkaanse roots zich een Havelaar? "Doordat ik schrijf, ben ik al in verzet. Het grootste onrecht vind ik dat niet alle stemmen gehoord worden. Aan mij om de woorden te geven aan mensen die dat zelf niet kunnen. Een personage in mijn boek moet staan voor een groep ongehoorden.” Die taak zit er nog lang niet op. Gelukkig, na dit Max Havelaar Toesprakentoernooi staat hij er zeker niet alleen voor. 

© Evelien Engele, journalist


Laatst Gewijzigd: 05-10-2016